Michael Boogerd, met Erik Dekker het boegbeeld van het Nederlandse wielrennen in het afgelopen decennium, gaat ermee stoppen. En dat vind ik heel erg jammer. Want Boogerd stond altijd garant voor spektakel, op de buis èn voor de buis.
Dat laatste behoeft wellicht enige toelichting. Ik vind Michael Boogerd namelijk een Vedette. Met een hoofdletter V, ja. Als je jarenlang je status weet waar te maken in de koersen waarin mensen je ook verwachten, ben je gewoon een grote.
Maar ja, z’n erelijst weerspiegelt dat niet. Daar heb ik wel een verklaring voor: Boogerd verstaat als geen ander de kunst van het achteromkijken. Zijn beheersing is van een perfectie dat een voorbeeld anekdotisch kan zijn, zonder tijd, zonder plaats, zonder naam van de koers.
Het gebeurt altijd in de finale van een wedstrijd. Boogerd is met vijf of zes andere renners overgebleven in de kopgroep. De koers is hard geweest, daar heeft Boogerd wel voor gezorgd. Op drie kilometer van de finish – de weg is een gemeen stuk vals plat – plaatst Boogerd een splijtende demarrage. Zijn concurrenten kraken in alle voegen en kijken elkaar aan. Ze zeggen het niet, maar denken het wel: ga jij deze klasbak maar halen.
Maar dat is niet nodig. Want als Boogerd een gaatje van honderd meter heeft, begint hij met zijn kunstvorm – Michael gaat achterom zitten kijken. Hij gaat niet langzamer rijden, maar hij zit vijf, zes, zeven keer te turen in de lege honderd meter achter ‘m. En dat geeft de mannen daarachter weer moraal. Nog een keer kruipen ze onderin de beugel en binnen de kortste keren wordt Boogerd bijgehaald. Kansloos in de sprint, op karakter derde geworden.
En ik maar schreeuwen voor de tv terwijl dit scenario zich keer op keer voltrekt. ‘Niet kijken, Boogie! Niet kijken! Rijden! Rijden!’ (Je merkt, mijn vocabulaire raakt in zo’n situatie nogal beperkt.) Maar hij heeft nog nooit naar me geluisterd. En dat is vooral jammer voor hem, want je gunt een Vedette een grotere erelijst.
Het seizoen is echter nog niet voorbij. Zijn koersen komen nog. Hij heeft dus nog tijd om aan die erelijst te werken. ‘Rijden! Rijden, Boogerd, nee, niet kijken, rijden!’